Alle berichten van Johan de Ridder

My name is…?

‘My name is Nobody’ is de titel van een Klassieke Western uit 1973 waarin Terrence Hill de rol speelt van Nobody (Niemand). Als een kameleon duikt hij overal op en verdwijnt dan weer, slinks en handig met de revolver vindt hij zijn weg door het leven. Maar aan het einde blijft hij Nobody.

Daar moest ik aan denken toen ik het nieuws las in de Israëlische krant The Times of Israël. Daarin ging het over een zekere Nir Hefetz. Iemand waar jij waarschijnlijk nog nooit van heb gehoord, maar hij wordt als “kroongetuige” gebruikt door de tegenstanders van Benjamin Netanyahu. Netanyahu, de minister president van Israël, kennen de meeste wel. Hij heeft de bijnaam melech Bibi (koning Bibi) gekregen, en onder zijn leiding heeft Israël zich laten gelden de laatste jaren, met name diplomatiek maar waar nodig ook door korte militaire acties. Netanyahu doet dat bijna 24/7 en altijd met vrede en veiligheid voor Israël voor ogen. Netanyahu is bekend omdat hij zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt, omdat hij gelooft dat Israël en haar inwoners bijzonder zijn in Gods ogen en veiligheid verdienen.
Daar tegenover zien we Nir Nefetz die zich optrekt aan diegene die succes hebben en mensen om zich heen kleineert; zo typeren oud collega’s hem. Eigenlijk een zielige man. Nir Hefetz was Netanyahu’s vertrouweling en heeft dat vertrouwen misbruikt. Deze Nir Hefetz is zo’n Nobody. Goed om met zijn slinkse streken en slecht gedrag een positie te verwerven, om als de druk groot wordt Netanyahu te verraden. Nu gaat het mij niet op het politiek schouwspel maar om de persoonlijkheden.

Ik zie in kerken ook mensen die net als Netanyahu vanuit geloof handelen, die dan met Jezus op hun netvlies bouwen in de gemeente, die hun hoofd boven het maaiveld van de gemeente uitsteken om vooruit te willen, om Jezus uit te willen dragen. En er is toch niets mooiers dan zoals Paulus dat zegt: Want de liefde van Christus dringt ons (2Kor.5:14).
Niet zelden krijgen deze mensen het te verduren omdat ze de dingen “anders” doen, omdat de tijd andere middelen vraagt. En dan zijn er ook mensen die wachten tot er zich weer een “succes” in de gemeente voordoet en dan pas actief worden en meevaren op dit “succes”.
Maar wie leeft er nu eigenlijk uit geloof, diegene die koste wat kost durft te ondernemen, met en voor Jezus, of diegene die afwacht?

Ik volg dagelijks het nieuws van Israël en krijg het idee dat Netanyahu zijn energie niet richt op mensen die hem tegenwerken, maar dat hij zich continue richt op zijn doel. Hij overlegt achter de schermen, weet zich verantwoordelijk voor zijn taak en stelt daarom zijn positie telkens veilig. Hij zoekt om wijze stappen mogelijk te maken door continu mensen te betrekken die daaraan mee kunnen werken, rechtsom of linksom. En het is bekend dat hij daarnaast wekelijks de tijd neemt om met anderen een Bijbelstudie te doen, want hij weet dat hij rekening met God moet houden. Maar zelfs de religieuzen vinden dat niet religieus genoeg en hebben dan kritiek op Netanyahu, zo las ik ook in de krant.

Met deze blog wil ik jou ertoe aanmoedigen om je oog op Jezus te houden en niet in gevecht te zijn met mensen om je heen, niet onzeker te zijn, maar te durven voor Jezus te gaan. Als Jezus in je hart heeft gegeven om Zijn naam bekend te maken, om andere christenen aan te moedigen, om de gemeente op te bouwen, te vermanen, om hen te helpen te groeien in geloof; richt je op Jezus en zoek medestrijders voor het evangelie. Ja, open met elkaar de Bijbel, bidt en zoek wegen om Jezus bekend te maken!
Ik vind het zo mooi in de brieven aan twee gemeenten in het boek Openbaring dat deze mensen die volharden aan het einde geen Nobody zijn, maar een NIEUWE NAAM krijgen.
Daarom: Strijd de goede strijd, en laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, liet Hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. (Heb 12:2)

Gelovend knokken?

Op 15 jarige leeftijd ging ik boksen. Touwtje springen, opdrukken, eindeloos op mijn houding letten en stoten oefenen op de zak. Daarna de stootcombinaties om vervolgens de mat op te gaan om te sparren. Af en toe lag ik op de grond te duizelen na een klap te hebben geïncasseerd, maar dat maakte me scherp om aan mijn bescherming te werken. Discipline en controle zijn zeer belangrijk. Na twee jaar sloot de boksschool en ging ik over naar Taekwondo waar nog meer discipline en controle gevraagd werd omdat alleen toucheren is toegestaan en geen rake klappen. Ik had een boksmentaliteit en wilde gaan…, dus kreeg ik tijdens het sparren soms plots een rake en pijnlijke trap van de Taekwondomeester om me weer tot kalmte en controle te brengen. Controle en discipline zijn bij mij geen aangeboren gaven, ADHD wel, en als dat de overhand krijgt verzuim ik om gedisciplineerd te zijn.

Ik heb daarom vaak mentaal moeten knokken om tot een goede stille tijd te komen, en nog raak ik daarvan eenvoudig afgeleid en moet ik dagelijks deze strijd onder ogen zien. Weglopen omdat de oefening soms pijn doet en kiezen voor de makkelijke weg is niet de juiste keuze in vechtsport, en niet de juiste keuze in het volgen van Jezus.
Er is zoveel afleiding en zoveel te doen wat belangrijk is, en ook zoveel in het koninkrijk van God(gemeente) dat aandacht nodig heeft, zoveel mensen die aandacht nodig hebben en zoveel plannen om uit te werken en zoveel films om te bekijken; het is altijd druk! En dan plots kun je het voelen: een rake corrigerende “tik” van meester Jezus. Soms gebruikt Jezus situaties, dingen die ook andere mensen overkomen, om ons terug te brengen naar het hart van aanbidding. Ik begrijp meestal wanneer Jezus een situatie gebruikt om me duidelijk te maken dat Hij mij iedere dag wil ontmoeten en niet alleen op zondag, en dat in die ontmoeting mijn kracht en mijn bescherming ligt. De vraag is, luisteren we naar die roep van Jezus?

Sommige menen tot stilte te komen op de fiets naar werk of in de auto…echt? Waarom zocht Jezus de stilte op? Waarom kon Elia God alleen horen in de stilte? Laat je eigen gedachten je niets wijs maken. Stille tijd ontlopen is veelal een excuus om niet de pijnlijke training hoeven te ondergaan van de confrontatie met dat wat God jou nog wil laten zien wat nog moet veranderen.
Een goed moment van stille tijd voor een ochtendmens is als iedereen nog op bed ligt, en voor een avondmens voor het slapen gaan, gewoon in de hoek van de bank met alleen een leeslampje. Geen afleiding, papieren Bijbel, niet nadenken over alles wat moet gebeuren. Dan eerst opruimen en afstand nemen van datgene waarvan je weet dat God dat niet in Zijn aanwezigheid wil. Dan de Vader en Jezus loven en… luisteren en wachten tot Jezus spreekt. Wachtend met een enkele Bijbeltekst voor ogen… zonder muziek, want dat leidt af. Hoe meer ik dat doe, hoe meer controle de Heilige Geest over mijn leven heeft. Meer vreugde, meer liefde, meer kracht en meer moed voor de momenten in dit aardse leven waar ik in mijn menselijkheid keer na keer knockout ga. Ik daag je uit voor een vechttraining, een ronde sparren, door naar een overdenking te luisteren.

“Op de drempel” naar Psalm 84. Van www.christarosier.nl.

De overdenking van Herman Boon kwam “zomaar” op mijn pad, en ik heb er afgelopen week twee maal naar geluisterd. Ik hoop niet dat je vast zit aan religie, aan kerkelijk gewoontedenken, en alleen wil horen wat in jouw straatje past. Als dat zo is wordt het tijd dat Jezus toegang krijgt tot jouw hele hart, en dat je gaat wandelen in geloof i.p.v. gewoonte. Hermans wijze van presenteren is wellicht anders dan je gewoon bent, maar ik ben erdoor gezegend en aangespoord om verder te oefenen voor de geestelijke bokswedstrijden van dit leven. Want we hebben te strijden, en niet tegen bloed en vlees, maar tegen geestelijke machten die ons doen en denken af willen houden van stille omgang met Jezus. Uit ervaring weet ik: Ik ben liever één dag in Gods voorhoven dan duizend dagen daarbuiten. Beter op de drempel van Gods huis dan wonen in de tenten der goddelozen(Psalm 84). Laat het druk worden op die drempel, en geen corona die ons op afstand houdt.
Klik hier voor de preek van Herman Boon.

Goede training en tot een volgende keer, Johan

Vinden – voeden – vliegen

In het voorjaar vertelde een broeder en zuster uit de Baptistengemeente Leiden dat ze een gewonde jonge kauw in de tuin hadden. Ze stuurde een foto waarbij de jonge kauw in elkaar gekropen zat; een hoopje ellende. Toen ik vertelde dat ik vroeger een kauw had, tot deze door een boze buurman werd doodgeslagen, kwam de vraag van deze broeder en zuster uit Voorschoten of ik de kauw op wilde halen. Dat kwam goed uit, we moesten in den Haag zijn en op de terugweg zouden we Voorschoten aandoen om “Karel” op te halen. ’s Middags in de tuin snel van  hout en gaas een tijdelijke kooi gemaakt voor de nacht. En daar was hij, onderdeel van ons gezin.

Karel was de naam van mijn kauw vroeger. Hij liep met me naar school en vloog het dak op tot ik klaar was. Ik was slecht in knikkeren, maar Karel verzamelde wel knikkers voor me en maakte daarmee niet echt vrienden. Ja, kauwen zijn geliefd en gehaat, ze slopen alles wat los en vast zit, en dat merken we momenteel. Ik moet zelfs de kitranden van mijn tuinraam vervangen. Maar de liefde van Karel is geweldig, en in deze zomer waarin we door de behandelingen aan huis gekluisterd waren, heeft Karel ons bezig gehouden en wij hem.

We moesten Karel kortwieken om te zorgen dat hij niet snel weer ten prooi zou vallen aan katten. Eerst zorgen dat hij zou aansterken zodat de beschadigde vleugel en poot kon herstellen. Nu is hij in de rui en moeten alle oude veren plaatsmaken voor de nieuwe. De nieuwe veren drukken de oude veren eruit. Net zoals de melktanden eruit worden gedrukt door de tanden die erachter liggen. Hij is al zoveel mooier dan in het begin, en hij begint nu langzaam wat te “zingen” zoals een kauw dat doet. Ja, een kauw is een zangvogel. En een kauw is niet zwart, maar oogt zwart. In het licht van de zon kleurt hij op.
Hij maakt er wel een bende van in de tuin, woelt alles om, maar we hebben geduld met hem en genieten ervan. Hij wordt verwend, spettert alles nat in zijn bad, en al kost het ons onze rust en moeten we hier en daar de boel herstellen, het is het meer dan waard.

In de Ichthus is dat iets wat ik mis, dat opzoeken van gewonde vogels, gewoon in Alphen, in tuinen, in parken, op de straat of waar dan ook. Een zoekende gemeente zijn, bekend in Alphen als opvang van vreemde vogels. Daar waar je b.v. de Alphacursus kan volgen om op een ontspannen manier over Jezus te horen.
Ik denk dat er wel geduld is voor vreemde vogels om te herstellen, ik geloof zelfs dat er veel potentie is om een vogelopvang te beginnen. Maar ik ben wel bang dat enig traditioneel denken de ruimte beperkt om de rommel toe te staan die dat met zich meebrengt.

Geduld en aanpassen, aangepaste voeding en ruimte creëren om vogel te leren zijn, precies als bij onze Karel. Geduld om het verenpak van het oude leven te laten plaatsmaken door het nieuwe verenpak van het leven met Jezus. Oh als Jezus toch eens geen geduld had, dan waren we nergens. Dus luister wat hij zegt “Leert van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart…”

We zien er tegenop om Karel straks te zien uitvliegen, maar zijn ons bewust van het feit dat hij geschapen is om te vliegen, en zullen ook heel blij zijn als hij vliegt.
Het is ons nu al opgevallen dat hij zelf weet wat hij moet eten en wat niet. In het begin zette we hem alles voor, maar niet alles paste bij Karel. Karel weet wat hij nodig heeft, en dat gaat steeds beter. Karel blijft netjes bij ons in de tuin, en op de schouder als we even de vuilnis wegbrengen. Maar Karel is geboren om te vliegen, en wij mogen hem daarin helpen. Mooie les voor ons allemaal. Ik denk zelfs dat hij niet meer weggaat, een thuis heeft bij ons. En dat zou mooi zijn voor nog vele gewonden vogels in Alphen.

In het schilderij van Christa Rosier overviel mij dat heerlijke beeld van vogels die tussen de zuilen van de tempel doorvliegen, zo het Heilige in, tot dicht bij God. Ook wij mensen zijn geboren om te vliegen zoals in het gelijknamige boek van Henk Stoorvogel en Eugène Poppen wordt verteld. Wellicht is het iets om met elkaar voor te bidden “Vader, mogen we een vogelopvang worden en wilt U ons leren hoe dat moet. En wilt u ze brengen?”

Klik hier om naar de site van Christa Rosier te gaan