Vallen en opstaan

Na het mannenweekend begonnen we als mannen onderweg naar pasen. Maar wat gaat de tijd snel, het is al weer bijna zomervakantie. Nu de zomer nog. Tijd van uitrusten, genieten, bijtanken en boeken lezen die nog liggen te wachten. Maar wat, als dat wat we gepland hebben, in het water valt?

Ruim twee weken geleden trok ik me terug voor gebed en bezinning in een stilteklooster in Westmalle. Ja…dat klooster met dat heerlijk abdij-bier. De abt van het klooster zei eens: “wij leven van dorst”. Tja, dat is in financiële zin zeker zo, ze krijgen aardig wat inkomsten binnen. Maar hij stelde het ook als vraag: “leven we wel uit dorst?”, en daarbij bedoelde hij de dorst naar Jezus mee, een goede vraag.

Nu dan, dorstig ging ik naar het klooster om tijd met Jezus te hebben. 1. Bij mijn aankomst bleek dat ze me niet verwacht hadden voor het middageten, en vanwege mijn voedselallergie kon in niet aansluiten; jammer. Vervolgens kreeg ik de keycard van mijn kamer en ging een wandeling maken in het bos. 2. Op de terugweg bleek dat de keycard toch uit mijn zak was gevallen. Dus nam ik het besluit om terug te wandelen, de hele route door het bos. 3. Op nog een half uur wandelen van klooster slaat mijn enkel dubbel en kneus ik het enorm. Ook scheurde er een kuitspier. Daar lig je dan, in een bos waar geen mens voorbij komt. “Heer was dit nu echt nodig, dit had ik niet gepland, ik kwam voor U en dan gebeurt dit. Dit had ik niet gepland”. Als scout altijd voorbereid, dus ook drukverband bij me. Verbonden en snel weer in de schoen tegen het zwellen. En als het nodig was geweest om een stok te maken…daar in bos lag kreupelhout genoeg:-) Daarna teruggestrompeld. 4. Eenmaal bij het klooster bleek de poort net dicht omdat de verantwoordelijke monnik was gaan bidden. Daar lag arme Lazarus voor de poort… Rare gewaarwording als er niet wordt opengedaan. Blijven kloppen is de enige optie. Uiteindelijk binnen gelaten door iemand anders, maar m’n kamer kon ik nog niet in. Na het avondeten op de kamer gekomen deed ik eerst het verband eraf en begon te koelen en zien of alles het nog deed. Even overlegd met de gastenmonnik, de verpleegster kon wel even kijken. “Rust, voet omhoog, coolpack en als het verder gaat zwellen naar de dokter”, op z’n Vlaams natuurijk. Dat klink verzachtend. Nog een smeerseltje tegen de pijn, en wat paracetamol. Daar zit je dan…en waar kwam ik ook alweer voor? God smeerde het er even goed in…rust! God had ook een smeerseltje tegen de pijn. God laat alle dingen meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, zo schrijft Paulus. Ja, ja…en toch; ik hou niet van pijn. Tijd om te lezen, bidden en wat bleek; een verdriet te verwerken waar ik nog steeds mee rondloop. Gods plannen waren anders dan die van mij.

Als mens houden we niet van pijn, duwen we dat liever ver weg. Sommigen van ons zijn daar meester in geworden. Maar doorlopen met een te zware rugzak met al je menselijke oplossingen, maakt dat je uiteindelijk onnodig struikelt. Maar als je struikelt…klop bij Jezus aan en laat de geneesheer Zijn werk doen. Het kan pijn doen, maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Jezus weet wat goed voor ons is, al doet het soms pijn. 

Het gaat al weer beter met mijn enkel, en met mijn verdriet? Tja…sommigen wonden hebben wel tijd nodig. Maar met Jezus erbij komt het goed; op Zijn tijd en Zijn wijze.

Tot volgende keer.