Categoriearchief: Volhouden

Vinden – voeden – vliegen

In het voorjaar vertelde een broeder en zuster uit de Baptistengemeente Leiden dat ze een gewonde jonge kauw in de tuin hadden. Ze stuurde een foto waarbij de jonge kauw in elkaar gekropen zat; een hoopje ellende. Toen ik vertelde dat ik vroeger een kauw had, tot deze door een boze buurman werd doodgeslagen.
Afijn, deze broeder en zuster uit Voorschoten vroegen of ik de kauw op wilde halen. Dat kwam goed uit, we moesten in den Haag zijn en op de terugweg zouden we Voorschoten aandoen om “Karel” op te halen. ’s Middags in de tuin snel van  hout en gaas een tijdelijke kooi gemaakt voor de nacht. En daar was hij, onderdeel van ons gezin.

Karel was de naam van mijn kauw vroeger. Hij liep met me naar school en vloog het dak op tot ik klaar was. Ik was slecht in knikkeren, maar Karel verzamelde wel knikkers voor me en maakte daarmee niet echt vrienden. Ja, kauwen zijn geliefd en gehaat, ze slopen alles wat los en vast zit, en dat merken we momenteel. Ik moet zelfs de kitranden van mijn tuinraam vervangen. Maar de liefde van Karel is geweldig, en in deze zomer waarin we door de behandelingen aan huis gekluisterd waren, heeft Karel ons bezig gehouden en wij hem.

We moesten Karel kortwieken om te zorgen dat hij niet snel weer ten prooi zou vallen aan katten. Eerst zorgen dat hij zou aansterken zodat de beschadigde vleugel en poot kon herstellen. Nu is hij in de rui en moeten alle oude veren plaatsmaken voor de nieuwe. De nieuwe veren drukken de oude veren eruit. Net zoals de melktanden eruit worden gedrukt door de tanden die erachter liggen. Hij is al zoveel mooier dan in het begin, en hij begint nu langzaam wat te “zingen” zoals een kauw dat doet. Ja, een kauw is een zangvogel. En een kauw is niet zwart, maar oogt zwart. In het licht van de zon kleurt hij op.
Hij maakt er wel een bende van in de tuin, woelt alles om, maar we hebben geduld met hem en genieten ervan. Hij wordt verwend, spettert alles nat in zijn bad, en al kost het ons onze rust en moeten we hier en daar de boel herstellen, het is het meer dan waard.

In de Ichthus is dat iets wat ik mis, dat opzoeken van gewonde vogels, gewoon in Alphen, in tuinen, in parken, op de straat of waar dan ook. Een zoekende gemeente zijn, bekend in Alphen als opvang van vreemde vogels. Daar waar je b.v. de Alphacursus kan volgen om op een ontspannen manier over Jezus te horen.
Ik denk dat er wel geduld is voor vreemde vogels om te herstellen, ik geloof zelfs dat er veel potentie is om een vogelopvang te beginnen. Maar ik ben wel bang dat enig traditioneel denken de ruimte beperkt om de rommel toe te staan die dat met zich meebrengt.

Geduld en aanpassen, aangepaste voeding en ruimte creëren om vogel te leren zijn, precies als bij onze Karel. Geduld om het verenpak van het oude leven te laten plaatsmaken door het nieuwe verenpak van het leven met Jezus. Oh als Jezus toch eens geen geduld had, dan waren we nergens. Dus luister wat hij zegt “Leert van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart…”

We zien er tegenop om Karel straks te zien uitvliegen, maar zijn ons bewust van het feit dat hij geschapen is om te vliegen, en zullen ook heel blij zijn als hij vliegt.
Het is ons nu al opgevallen dat hij zelf weet wat hij moet eten en wat niet. In het begin zette we hem alles voor, maar niet alles paste bij Karel. Karel weet wat hij nodig heeft, en dat gaat steeds beter. Karel blijft netjes bij ons in de tuin, en op de schouder als we even de vuilnis wegbrengen. Maar Karel is geboren om te vliegen, en wij mogen hem daarin helpen. Mooie les voor ons allemaal. Ik denk zelfs dat hij niet meer weggaat, een thuis heeft bij ons. En dat zou mooi zijn voor nog vele gewonden vogels in Alphen.

In het schilderij van Christa Rosier overviel mij dat heerlijke beeld van vogels die tussen de zuilen van de tempel doorvliegen, zo het Heilige in, tot dicht bij God. Ook wij mensen zijn geboren om te vliegen zoals in het gelijknamige boek van Henk Stoorvogel en Eugène Poppen wordt verteld. Wellicht is het iets om met elkaar voor te bidden “Vader, mogen we een vogelopvang worden en wilt U ons leren hoe dat moet. En wilt u ze brengen?”

Klik hier om naar de site van Christa Rosier te gaan

Moed voor onderweg

Ik weet nog dat wij een enorme dikke boom hadden in het bos naast ons. Het deelde zich op in twee enorme stammen, en wij kinderen klommen in die dikke boom en eenmaal in de splitsing van die grote stammen zat je veilig en had je overzicht. Maar tijdens een zomerstorm tijdens enorm onweer, sloeg de bliksem in ’die voor ons onverwoestbare boom’. Ik werd geroepen om te komen kijken, daar lag die boom, tot op de grond gespleten en naar twee kanten omgevallen, als een luciferstokje, wat een kracht en in een split second.
Ik zag eenmaal voor me de bliksem inslaan in een lantaarnpaal, ik zat veilig in de auto, maar in één klap was er niets meer over van  de bovenkant van die lantaarnpaal.
En eenmaal in de zomer zagen we een bliksembal zich voortbewegen over het prikkeldraad van de landerijen; onvoorspelbaar, het kan je zo maar verrassen, op elk moment van je leven.

Momenteel lees ik het boek ‘Geen prijs te hoog‘ over de vervolgde christenen van Rusland die in- en na de tweede wereldoorlog in Leningrad woonde, en iedere dag leefde in onzekerheid. Het ene moment stond de KSB voor de deur om de vader van het gezin te arresteren, vanwege zijn geloof in Jezus. Het andere moment was er geen eten meer. Het andere moment vernemen ze dat vader overleden is in het gevangenkamp. Nog een ander moment was het oorlog en sloegen de bommen in en moesten ze vluchten om vervolgens duizenden kilometers van huis op zoek te gaan naar onderdak en eten.  Maar wat hadden deze christenen een onwankelbaar vertrouwen in onmogelijke situaties. En Psalm 91 was werkelijkheid in hun leven!

Waar ik vroeger nog die stoere sportende Johan was; Taekwondo, boksen, Kung Fu, roeiwedstrijden winnen,  estafette wedstrijden winnen, brandweerwedstrijden winnen, niet bang voor nieuwe uitdagingen; daar weet ik nu hoe kwetsbaar ik eigenlijk ben.
Dat begon in 1995 niet met mijzelf, maar met degene waar ik zo van hield, die ernstig ziek werd. 14 maanden iedere avond op de knieën naast m’n bed met de Psalmen open, waar David  mijn vriend werd in de strijd om een kwetsbaar leven waar ik van hield.  Drie jaar later, gewoon op weg naar huis zoals elke dag, waar ik nooit rekening mee had gehouden, zou ik een ongeval krijgen dat mijn hele leven veranderde van onbreekbaar naar kwetsbaar. Wat ben ik blij dat ik de Psalmen heb leren ontdekken vóór die tijd.

        Klik op afbeelding voor origineel

Psalm 91, waar onze broeder Steve van Deventer laatst over sprak is waarheid voor allen  wie schuilen bij de Allerhoogste (Eljoon). Geen storm, geen bliksem, geen ziekte, geen macht of kracht is het die kan afhouden van de Allerhoogste. Eenmaal in die schuilplaats zit ik veilig en heb ik overzicht.

In vers 2 staat letterlijk: Ik zeg[voortdurend] tot JHWH: mijn schuilplaats, mijn hoge vesting, mijn God! Ik schuil[voortdurend] IN Hem

Steve van Deventer zei: let op de kracht van proclamatie!
Is dat alleen ervaring van Steve of vinden we dit terug in de Psalm? Let daarvoor op de werkwoorden ‘zeggen’ en ‘schuilen/leunen op’. Ze staan in vorm die voortduurt. En vers 2 begint met het werkwoord ‘amar’. Als God spreekt staat er meestal ‘amar’, en spreekt God met autoriteit, waarmee je  eigenlijk kunt zeggen dat David in vers 2 begint met: ‘ik proclameer!’, ik heb wat te zeggen:
Op elk moment van mijn leven… 
in voor of tegen spoed, aanbid ik U mijn Jezus en dank U voor Uw bloed.
Ik vind kracht in U mijn Vader, als ik heel dicht bij U bent.
Mijn hart en mijn gedachten, worden warm als ik bedenk
Vader U bent goed, U bent heilig, U bent liefde.
Jezus U bent groot, U bent sterker dan de dood.
Vader deze dag geef ik me zelf aan U, en ik zing met heel mijn hart: ik hou van U.

In één van die worstelingen van dit leven kreeg ik een boek. Daarin heeft Christa Rozier de Psalmen geschilderd. Christa is overleden aan de gevolgen van kanker. Haar ziekte onderging ze  in vast vertrouwen IN haar redder Jezus. Zie de website https://www.christarosier.nl voor de verschillende schilderijen, niet alleen van de Psalmen.

Tot een volgende keer, ergens onderweg!

Johan

Vallen en opstaan

Na het mannenweekend begonnen we als mannen onderweg naar pasen. Maar wat gaat de tijd snel, het is al weer bijna zomervakantie. Nu de zomer nog. Tijd van uitrusten, genieten, bijtanken en boeken lezen die nog liggen te wachten. Maar wat, als dat wat we gepland hebben, in het water valt?

Ruim twee weken geleden trok ik me terug voor gebed en bezinning in een stilteklooster in Westmalle. Ja…dat klooster met dat heerlijk abdij-bier. De abt van het klooster zei eens: “wij leven van dorst”. Tja, dat is in financiële zin zeker zo, ze krijgen aardig wat inkomsten binnen. Maar hij stelde het ook als vraag: “leven we wel uit dorst?”, en daarbij bedoelde hij de dorst naar Jezus mee, een goede vraag.

Nu dan, dorstig ging ik naar het klooster om tijd met Jezus te hebben. 1. Bij mijn aankomst bleek dat ze me niet verwacht hadden voor het middageten, en vanwege mijn voedselallergie kon in niet aansluiten; jammer. Vervolgens kreeg ik de keycard van mijn kamer en ging een wandeling maken in het bos. 2. Op de terugweg bleek dat de keycard toch uit mijn zak was gevallen. Dus nam ik het besluit om terug te wandelen, de hele route door het bos. 3. Op nog een half uur wandelen van klooster slaat mijn enkel dubbel en kneus ik het enorm. Ook scheurde er een kuitspier. Daar lig je dan, in een bos waar geen mens voorbij komt. “Heer was dit nu echt nodig, dit had ik niet gepland, ik kwam voor U en dan gebeurt dit. Dit had ik niet gepland”. Als scout altijd voorbereid, dus ook drukverband bij me. Verbonden en snel weer in de schoen tegen het zwellen. En als het nodig was geweest om een stok te maken…daar in bos lag kreupelhout genoeg:-) Daarna teruggestrompeld. 4. Eenmaal bij het klooster bleek de poort net dicht omdat de verantwoordelijke monnik was gaan bidden. Daar lag arme Lazarus voor de poort… Rare gewaarwording als er niet wordt opengedaan. Blijven kloppen is de enige optie. Uiteindelijk binnen gelaten door iemand anders, maar m’n kamer kon ik nog niet in. Na het avondeten op de kamer gekomen deed ik eerst het verband eraf en begon te koelen en zien of alles het nog deed. Even overlegd met de gastenmonnik, de verpleegster kon wel even kijken. “Rust, voet omhoog, coolpack en als het verder gaat zwellen naar de dokter”, op z’n Vlaams natuurijk. Dat klink verzachtend. Nog een smeerseltje tegen de pijn, en wat paracetamol. Daar zit je dan…en waar kwam ik ook alweer voor? God smeerde het er even goed in…rust! God had ook een smeerseltje tegen de pijn. God laat alle dingen meewerken ten goede voor hen die Hem liefhebben, zo schrijft Paulus. Ja, ja…en toch; ik hou niet van pijn. Tijd om te lezen, bidden en wat bleek; een verdriet te verwerken waar ik nog steeds mee rondloop. Gods plannen waren anders dan die van mij.

Als mens houden we niet van pijn, duwen we dat liever ver weg. Sommigen van ons zijn daar meester in geworden. Maar doorlopen met een te zware rugzak met al je menselijke oplossingen, maakt dat je uiteindelijk onnodig struikelt. Maar als je struikelt…klop bij Jezus aan en laat de geneesheer Zijn werk doen. Het kan pijn doen, maar zachte heelmeesters maken stinkende wonden. Jezus weet wat goed voor ons is, al doet het soms pijn. 

Het gaat al weer beter met mijn enkel, en met mijn verdriet? Tja…sommigen wonden hebben wel tijd nodig. Maar met Jezus erbij komt het goed; op Zijn tijd en Zijn wijze.

Tot volgende keer.